De regenwouden rond de evenaar in Zuid-Oost Azië behoren tot de
hoogste en rijkste bossen op aarde met bomen die tot tachtig meter
hoog reiken. Het groene dak wordt gedomineerd door een enkele
familie woudreuzen, de dipterocarps, die een bepalende invloed
hebben op de enorme diversiteit aan planten en dieren die in hun
schaduw leven. De bodembedekkende planten moeten vechten voor een
straaltje licht. Maar de torenhoge stammen van deze reuzen hebben
ook gevolgen voor de dieren - die werden echte acrobaten, gedwongen
om van boom tot boom te vliegen, te zweven of te springen.
Deze giganten mogen dan de structuur van het woud bepalen, de
vruchtdragende bomen die in hun schaduw groeien, leveren het
voedsel voor een prachtige groep primaten - bladetende apen,
makaken, gibbons en orang-oetans. Ook neushoornvogels,
baardzwijnen, olifanten en de zeldzame Sumatraanse neushoorns
profiteren van de vruchten. En indirect ook het Aziatische
superroofdier: de tijger.