Een boek van Wouter van der Veen waarin hij aan de hand van
brieven en de plaatsen waar Van Gogh verbleef nieuwe inzichten
geeft in leven en werk van de kunstenaar.
In 1999 trad Wouter van der Veen in dienst van het Van Gogh Museum
om de brieven te analyseren die Vincent van Gogh schreef in zijn
Franse periode. De deuren van de kluis die anders gesloten zijn,
gingen voor hem open. Door de brieven leerde hij Van Gogh beter
kennen en raakte hij gefascineerd door de kunstenaar. Zijn
gedachtes kwamen tot leven en de schetsen bij de brieven gaven
inzicht in achterliggende motieven bij de schilderijen.
Van Gogh was een genie. Het beeld van de zonderling die zijn oor
afsneed en dronken door velden banjerde, klopt niet. Het oeuvre dat
hij naliet is dat van een getalenteerde en noeste werker. Tijdens
zijn leven verkocht Van Gogh slechts één doek, omdat hij zijn werk
niet goedkoop wilde slijten. Hij wilde zijn schilderijen niet te
grabbel gooien, omdat hij ervan overtuigd was dat ze uiteindelijk
in waarde zouden stijgen.
Na zijn vertrek uit het museum in de zomer van 2000, zette Van der
Veen zijn onderzoek naar de literaire bronnen van Van Gogh voort.
In het tweede deel van het boek schrijft hij over zijn rol als
adviseur van een film over Van Gogh die nog niet voltooid is. Hij
schrijft brieven vanuit plaatsen die hij met de regisseur bezocht.
Plaatsen die Vincent van Gogh ook uitgebreid beschreef in zijn
correspondentie. De kamers waar de schilder in Frankrijk en België
woonde, komen in dit boek opnieuw tot leven. Vele zijn in de loop
der tijd veranderd, maar de laatste kamer waar Van Gogh stierf, in
Auvers-sur-Oise, is onveranderd gebleven.